#

Waarom Erdogan gewoon een geitenneuker mag zijn

28 Apr 2016

Waarom Erdogan gewoon een geitenneuker mag zijn

Door Kevin Brongers

 

Door de vervolging van de komiek Jan Böhmermann wegens het voordragen van een satirisch gedicht op de Duitse televisie is de discussie over persvrijheid en de grenzen van vrijheid van meningsuiting nieuw leven ingeblazen. De arrestatie van Ebru Umar in Turkije wegens het plaatsen van enkele ‘beledigende’ tweets aan het adres van de Turkse president Erdogan was olie op het vuur voor de binnenlandse discussie.

 

De kern van de discussie gaat over de vraag of je alles maar kunt zeggen onder het mom van vrijheid van meningsuiting, en dan vooral over de vraag of tot op het bot beledigen onder deze vrijheid valt. Het antwoord op deze vraag luidt dat vrijheid van meningsuiting niet onbegrensd is. De Nederlandse wet verbiedt openbare discriminerende uitingen en het aanzetten tot haat en geweld. Daarnaast geven internationale verdragen de mogelijkheid de vrijheid van meningsuiting te beperken wegens zwaarwegende maatschappelijke belangen.

 

Wat belediging betreft verbiedt het Nederlands Wetboek van Strafrecht belediging van de Koning en bevriende staatshoofden. Andere Europese landen kennen vergelijkbare verboden. De Europese democratische rechtsorde heeft zich echter dusdanig ontwikkeld dat er voor een verbod van belediging van staatshoofden geen ruimte meer is. Dit wordt onderschreven door een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 1992 die luidt dat de grens voor de toegestane kritiek ruimer is als het gaat om de regering dan om een gewone burger. Naar aanleiding van de recente discussie bleek bovendien dat er in de Tweede Kamer geen draagvlak meer is voor de verboden op belediging.

 

Wat mij opvalt in de huidige discussie is het gebrek aan onderscheid tussen wat je al dan niet kunt zeggen in het kader van fatsoensnormen en wat je al dan niet kunt zeggen wanneer het gaat om strafrechtelijke vervolging. Böhmermann noemt Erdogan een geitenneuker. Niet netjes, onbeschoft en onnodig kwetsend, zou je kunnen zeggen. ‘Dat kun je niet maken’, zou je kunnen roepen. Wanneer het gaat om fatsoensnormen is daar wat voor te zeggen, maar op de vraag of dit juridisch zou moeten kunnen antwoord ik volmondig JA.

 

In de eerste plaats is belediging verschrikkelijk subjectief. Een opmerking dat je moeder het oudste beroep ter wereld uitoefent wordt door de een weggelachen, terwijl een ander tot op het bot beledigd kan zijn en er compleet van door het lint kan gaan. Kritiek op beleid wordt door velen gezien als fundamenteel in een democratische rechtsstaat, terwijl een ander het kan zien als een ernstige belediging van zijn persoon. Het is onmogelijk objectief vast te stellen waar de grens van beledigen precies ligt.

 

Veel kwalijker en gevaarlijker zijn de implicaties van een verbod op beledigen. Als een staatshoofd namelijk lange tenen en een grote ego heeft, zou de grens van wat hij als belediging zou kunnen opvatten wel eens erg laag kunnen liggen. Bovendien zou hij opmerkingen over zijn beleid op kunnen vatten als belediging, en op die manier kritiek in de kiem kunnen smoren door juridische vervolging te starten.

 

Dit schrikbeeld is niet hypothetisch, maar de keiharde werkelijkheid in de republiek Turkije. Vele honderden journalisten en critici worden vervolgd en zijn veroordeeld wegens kritiek op het beleid of belediging van Erdogan. Veel van deze kritiek en zogenaamde beledigingen zouden door velen niet eens worden gezien als overschrijding van de fatsoensnormen, maar eerder worden getypeerd als scherp en prikkelend. Of kritiek voldoet aan fatsoensnormen is echter compleet irrelevant. Wanneer de mogelijkheid wordt geboden vervolging wegens belediging te starten werkt dit misbruik in de hand. In Turkije zelf zijn tientallen media en honderden critici hier al slachtoffer geworden. Een verbod op belediging is gevaarlijk omdat het een opening biedt voor het onderdrukken van de oppositie en toornt aan de fundamenten van een democratische rechtsstaat. Dat er met dit land, die door deze situatie het functioneren van een gezonde democratie frustreert, wordt gepraat over toetreding tot de EU is daarom compleet belachelijk.

 

Of iemand zich beledigd voelt door wat ik zeg zou juridisch compleet irrelevant moeten zijn. De grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn discriminatie en aanzetten tot haat en geweld. De vrijheid van meningsuiting en persvrijheid mogen niet worden beperkt door belediging omdat dit onderdrukking van oppositie en andere kritische geluiden mogelijk maakt. De vrijheid van meningsuiting en het beschermen van een samenleving waarin open en vrij zonder angst voor vervolging kritiek geleverd kan worden moet veel zwaarder wegen dan het beschermen van de trots van individuen. Mag Erdogan dus een geitenneuker zijn? Het is misschien niet netjes, niet fatsoenlijk en het is misschien zelfs niet eens waar. Maar Erdogan mag gewoon een geitenneuker zijn. 

Categorie: Nieuws Oh ja joh?